Teams en Leiderschap
Bijna elke organisatie die ik tegenkom is druk. Agenda’s vol, mailboxen vol, mensen die van overleg naar overleg rennen. Cognitieve overbelasting is eerder regel dan uitzondering. Het gekke met druk is dat het veel organisaties ook kalmeert. Zo lang we maar druk zijn hebben we het gevoel dat we controle hebben. En toch is druk iets anders dan wezenlijk richting ervaren. Je kunt enorm hard werken en tegelijk het gevoel hebben dat je nergens echt komt.
Drukte is makkelijk te organiseren. Richting vraagt om keuzes die ergens pijn doen.
Druk voelt dus vaak productief. Er gebeurt zichtbaar van alles, er worden dingen afgevinkt, progressie moet meetbaar gemaakt worden wat maakbaarheid lijkt te geven. Aan het eind van de dag ben je vaak moe. Niet de moe van een intensieve sportwedstrijd maar eerder iets wat op doorgedraaid lijkt. Die vermoeidheid is geen bewijs van vooruitgang. Soms is het juist het teken dat een organisatie haar energie verspreidt over te veel dingen tegelijk.
Waarom druk zo aantrekkelijk is
Druk zijn vraagt geen moeilijke keuzes. Je doet gewoon alles wat langskomt. Richting kiezen betekent dat je iets laat liggen, en dat is ongemakkelijk. Want wat je niet doet, is net zo bepalend als wat je wel doet, en dat voelt als een risico.
Daarom vluchten organisaties soms in activiteit. Een nieuw project, een extra overleg, nog een werkgroep. Het geeft het gevoel dat er gestuurd wordt en sprake is van enige mate van controle en maakbaarheid. De kernvraag blijft echter onbeantwoord: waar zeggen we bewust nee tegen?

Leiderschap dat ruimte maakt
Leiderschap dat richting geeft, voegt niet voortdurend iets toe. Het haalt vaak juist iets weg. Het beschermt aandacht. Het durft te zeggen dat iets even niet hoeft, zodat wat er wel toe doet de ruimte krijgt om te lukken.
Dat is moeilijker dan het lijkt. Want een leider die ruimte maakt, moet de onrust kunnen verduren die ontstaat als niet alles tegelijk gebeurt. Hij of zij moet kunnen uitleggen waarom iets wacht, en de verleiding weerstaan om bij elke vraag opnieuw alles open te gooien.
Ruimte is geen luxe. Het is de voorwaarde waaronder mensen hun werk goed kunnen doen.
Van druk naar richting
De stap van druk naar richting begint zelden met meer doen. Vaker met een eerlijke vraag: als we de helft van onze activiteiten zouden stoppen, welke zouden we missen en welke eigenlijk niet? Het antwoord daarop zegt veel over waar de werkelijke prioriteiten liggen.
Richting ontstaat niet door harder te rennen, maar door te kiezen waar je wel en niet naartoe rent. Dat is geen eenmalig besluit, maar een gewoonte. Een organisatie die dat leert, wordt niet per se rustiger, maar wel gerichter. Dat wat gericht aandacht krijgt kan steviger groeien. En dat levert uiteindelijk de verandering die op een collectief en individueel wezenlijk nodig is om tot bijdrage te komen. En dan hebben we het over goed vermoeid, omdat we werkelijk verbonden zijn met waar we aan willen bijdragen.



